Het zweet brak me uit en mijn hartslag verhoogde razendsnel…

Onlangs liep ik met een collega-coach in een prachtig bos. De bladeren verschoten langzaam in de zo karakteristieke herfstkleuren. Paddenstoelen kopte zichzelf uit boven de al gevallen bladeren.

We kozen ervoor het eerste kwartier in stilte te lopen en te luisteren naar onze zintuigen. Na dat kwartiertje stonden we stil en gaven elkaar terug wat we zoal gezien, gehoord, geroken en gevoeld hadden. De één vertelde, de andere luisterde. Niet meer dan dat. We kwamen zowel mentaal, emotioneel als fysiek in de vertraging.

We liepen rustig door. Vooraf hadden we afgesproken dat we elkaar een diepere reflectievraag zouden stellen. De antwoorden mochten komen, maar het hoefde niet. Van ‘moeten’ is in onze gesprekken geen sprake, wel van ‘ont-moeten’ en compassie.

Het thema van deze wandeling was Spijt.

Mijn wandelmaatje stelde mij de volgende vraag: “Waar heb je spijt van als je terugkijkt op je werkende leven?”

Bij het horen van deze vraag gingen mijn gedachten terug naar het moment waarop ik stopte met leidinggeven. ‘Heb ik daar spijt van?’, flitste door mijn hoofd. Een tweede herinnering popte op. Die ging over het niet kunnen weerstaand van verleidingen: om weer op een managementpositie te zitten, met alles wat daarbij voor mij belangrijk is. Nog voordat deze gedachte werd ingehaald door een andere, voelde ik mezelf misselijk worden.

Ik stopte met lopen en deelde deze gedachten en gevoelens met mijn wandelmaatje. ‘Doet dit gevoel je ergens aan herinneren?’, vroeg hij. Ik startte mijn herinnering.

Toen de CEO mij vroeg voor die rol, was ik vereerd. Ik hield van dat bedrijf en de mensen die er werkten, en ik had een goede band met klanten en externen.

Het was op een vroege dinsdagochtend en ik reed met mijn auto naar kantoor. Die ochtend zou ik een contract tekenen voor een managementrol en toetreden tot het managementteam van de organisatie waar ik werkte. In de tijd gezien was het zeven jaar nadat ik in 2001 bewust had gekozen te stoppen met leidinggeven.

Toen de CEO mij vroeg voor die rol, was ik vereerd. Ik hield van dat bedrijf en de mensen die er werkten, en ik had een goede band met klanten en externen. Ik voelde me er zeer thuis.

Zo halverwege de reis naar kantoor voelde ik me misselijk worden. Het zweet brak me uit en mijn hartslag verhoogde razendsnel. ‘Hartaanval’, schoot er door mijn hoofd! In reactie daarop ging ik langzamer rijden. Gelukkig maar, want daardoor kon ik nog net de afslag naar een parkeerplaats bij een tankstation pakken. Het was 7.15 uur in de ochtend. Ik nam wat water en zweette als een Otter. Het was een volledig nieuwe situatie voor me.

Ik besloot mijn voormalige coach Cees [fictieve naam] te bellen. Die zat waarschijnlijk in zijn huis in Portugal. Hij was inmiddels gepensioneerd. Ik waagde het erop. Een stemmetje protesteerde nog: “Zou je dat wel doen, Cees ligt vast te slapen en hij is je coach niet meer. Hij zal het niet leuk vinden als je hem wakker belt”. Ik negeerde dat stemmetje en zocht het nummer op. Na een tijdje kreeg ik een slaperige stem aan de lijn. Ik begroette Cees en excuseerde me vrijwel direct voor het bellen. “Geen punt hoor. Vertel, wat speelt er?”

Ik vertelde Cees wat er was gebeurd en over mijn enthousiasme voor de nieuwe baan. Zoals ik gewend was, liet hij me uitspreken en stelde af en toe een korte vraag. Niet per se om iets te verdiepen of te bevestigen, maar om me aan te moedigen.

Het vertellen van mijn verhaal en mijn gevoelens op dat moment, maakten me rustig. Het zweten nam af en mijn hartslag werd lager.

“Als jij jezelf voor de gek wil houden, prima. Maar probeer dat niet met mij te doen!”

En tegelijkertijd merkte ik dat Cees niets zei. Het was stil aan de andere kant van de lijn. Ik checkte het toestel of de verbinding was verbroken. Dat was niet het geval. En daarna richting Cees: ‘Ben je er nog?’

Na een tijdje: ‘Ja hoor’. En weer viel er een stilte. Ik kan je zeggen dat voelde heel ongemakkelijk, maar het kalmeerde ook. Toen stelde Cees ineens een vraag:

“Wat heb je eerder met jezelf afgesproken Dick?” “Wat bedoel je Cees?” Ik hield me van de domme. “Dat weet je best…..! Als jij jezelf voor de gek wil houden, prima. Maar probeer dat niet met mij te doen!” Klonk het wat streng en direct.

“Tja, dat ik niet meer zou leidinggeven”. “En wat nog meer?”, kwam Cees terug. “Dat ik me niet meer zou laten verleiden door geld, positie en zaken zoals een grotere auto”. Cees herhaalde zijn eerdere vraag. “En wat nog meer?” “Dat ik mijn hart zou volgen en de dingen zou gaan doen die me echt energie en plezier geven. Zoals coachen, schrijven en doceren”.

“Wat zegt datzelfde hart nu tegen je?” Zijn stem klonk zacht en warm. “Dat ik niet op die managementpositie moet gaan zitten. Mijn hart en lijf protesteren en laten me dat voelen”.

“Oké”, zei Cees. “Wat wil je nu met dit inzicht doen?” Een innerlijke stem maakte zich van me meester. Het was mijn Rechter of Criticus. Die sprak op me in dat Cees niet meer van deze tijd is. En dat ik vooral niet naar zijn woorden moest luisteren en vooral lekker voor die baan moest gaan. Ik zou een loser zijn als ik deze kans liet lopen. En wat zou die CEO wel niet van me vinden.

“Ik krijg de indruk dat je Criticus hard voor je aan het werken is. Klopt dat?”, voeg Cees. “Je bent nog even scherp als vroeger, Cees”, gapte ik. Ik voelde me eigenlijk een beetje betrapt. Maar Cees had natuurlijk gelijk.

“Als jij die baan wilt, is dat jouw keuze. Die respecteer ik. Maar bel me dan niet meer om kwart over zeven uit mijn bed dat jij je innerlijke stemmen niet kan temmen…”

“Als jij die baan wilt, is dat jouw keuze. Die respecteer ik. Maar bel me dan niet meer om kwart over zeven uit mijn bed dat je lichaam in brand staat en jij je innerlijke stemmen niet kan temmen. Je kunt heel goed je eigen brandjes blussen. Alleen gaan die stemmen je niet helpen. It is up too you”.

“Je hebt helemaal gelijk Cees. Ik heb me aan de afspraak met mezelf te houden”. Ik ga het niet doen!”. “Wat ga je niet doen?” “Die baan accepteren en dat contract tekenen”.

Ik dacht klaar te zijn. Maar nee. Cees had nog een vraag. “Op een schaal van 1 – 10. Welk cijfer geef je aan dit commitment met jezelf?” “Een negen, Cees”, zei ik vol overtuiging. “Succes en laat me weten hoe het is gegaan?” “Doe ik Cees, bedankt. Slaap lekker, verder”. “Ik sta al naast mijn bed. Ik ga maar eens vroeg een balletje slaan”, zei hij lachend.

Even later verliet ik de parkeerplaats. Ik heb de CEO verteld dat ik niet op die managementstoel ging zitten en motiveerde mijn keuze. Hij stond op, verscheurde het contract en wees me de deur. Hij was onaangenaam verrast en boos. Wat ik me heel goed kon voorstellen.

Er viel een grote last van me af en er kwam rust en blijheid voor in de plaats. Het voelde als een bevrijding.

Mijn wandelmaatje stopte en keek me aan. “Dank voor je verhaal”. Hij zag aan me dat ik geëmotioneerd was. Hij gaf me de tijd. “Kan je terug naar de vraag van vandaag”. “Ja, hoor”. Na een korte adempauze: “Waar heb je spijt van als je terugkijkt op je werkende leven?”

Ik hoefde niet lang na te denken. “Dat ik de radicale keuze om te luisteren naar mijn hart veel te lang heb uitgesteld”. “What else?”, voeg mijn wandelmaatje. “Dat ik me met grote regelmaat heb laten verleiden door zaken als geld, status, eer en roem’. “What else?” “Dat mijn motief om leiding te geven niet vanuit mezelf kwam”.

In stilte vervolgende we onze route.

Waar heb jij spijt van als je terugkijkt op je werkende leven?